Marokko

Na onze indrukwekkende eerste keer gaan we nu drie weken naar Marokko.

Nu zullen jullie wellicht denken, waarom gaan jullie naar Marokko, dan kun je toch net zo goed naar een willekeurige grote stad in Nederland gaan? Dat ligt toch wel een beetje genuanceerder.
We gaan daarom naar het zuiden van Marokko, wetende dat dat heel verschilt van het noorden.

We boeken een ticket en de voorpret begint als we thuis onze reis utstippelen.
Na aankomst in Marrakesh overnachten we in een Riad, welk verblijf we thuis hebben geboekt.
De overige bestemmingen kiezen we als we in Marokko zijn, we kunnen alle kanten op
We regelen een auto, bij een door de gastvrouw van de Riad aangeraden verhuurbedrijf, die we dan voor drie weken huren, deze keer is het een Kia Picanto.

Onze route vanuit Marrakesh: Aït-Ben-Haddou, Agdz, Zagora, Merzougha, Erg Chebbie.
We bezoeken o.a. de Dadelvallei en de Todra kloof en ontdekken de Sahara per kameel.
Met de in Marrakesh gehuurde auto beginnen we onze roadtrip, we trekken door het zuiden van het land.

Vanuit Marrakesh is onze eerste bestemming Aït-Ben-Haddou, om er te komen moet we eerst door het Atlasgebergte, daarna rijden we via Quarzazate die kant op. Terwijl we door het gebergte rijden komen we er achter dat we niet getankt hebben en we zien de benzinemeter steeds verder zakken, dat wordt spannend, wanneer kunnen we tanken? Gelukkig komen we, als we het gebergte achter ons hebben gelaten, een pompstation tegen. Opgelucht rijden we verder, ditmaal met een volle tank.
We kunnen eventueel naar de locatie waar veel films worden opgenomen maar dat slaan we over.
We hebben voor Aït-Ben-Haddou gekozen wegens de Kasba, welke op de Werelderfgoedlijst staat.
We hebben een klein hotelletje geboekt, Bagdad Café  waar we uiterst vriendelijk worden ontvangen.

Het is er heel erg winderig maar dat mag de pret niet drukken. De eigenaar is druk bezig de boel te verbouwen, de nacht is kort, eerst word ik gewekt omdat ik door het bed zak, na een en ander gerepareerd te hebben vallen we weer in slaap tot we worden gewekt door geluiden door de verbouwing. Daarna genieten we van een heerlijk ontbijt.
Dan is het tijd om de Kasba te bezoeken.

Het is een van de weinige plaatsen in Marokko waarvan de Kashba nog helemaal intact is. Het is op de Werelderfgoedlijst opgenomen, omdat het een beste voorbeelden is van hoe de mensen vroeger in het Atlasgebergte leefden. De kleine huizen zijn dicht op elkaar gebouwd, binnen de verdedigingsmuren, tegen een rots aan. Op het hoogste punt staat een graanopslag, waarvan je de wijde omgeving kunt zien. Aït-Ben-Haddou lijkt bijzonder oud, maar is dat in werkelijkheid niet. Veel van de bouwwerken in het stadje zijn niet ouder den een paar honderd jaar. Volgens opgravingen zouden de oudste bouwwerken uit de zeventiende eeuw stammen. Toch is er bewijs dat Aït-Ben-Haddou al in de achtste eeuw werd gesticht door een groep rondtrekkende Berbers, onder leiding van Ben-Haddou..
We verblijven één nacht in Aït-Ben-Haddou en gaan verder naar onze volgende bestemming:

Agdz

Dit kleine marktstadje was in het verleden een karavaanoase. Het ligt bij een palmenbos aan de voet van de Djebl Kissane en is vanouds een ambachtelijk centrum. Er worden manden gemaakt, potten gebakken en tapijten geweven. Deze plaats is vooral ook bekend om haar Palmerij,
We hebben er een uitstekend verblijf gevonden, welke word gerund door een Française die ons gastvrij ontvangt, haar dochter speelt djembé en ja, dan moet ik die gewoon uitproberen.
We maken een trip in de omgeving en bezoeken ook de Palmeria.

Bij terugkeer naar ons verblijf belanden we in een vervelende situatie, we komen terecht in een ruzie tussen twee groepen jongeren die elkaar bekogelen met stenen. Het is al een tijdje bezig, we spreken een aantal Nederlanders die met hun campers daar al een tijdje staan te wachten en begrijpelijkerwijze niet verder durven. Ik heb echter geen zin om daarop te wachten en scheur door de groepen heen, waarbij geen steen ons geraakt heeft. Ik ben benieuwd hoe lang de Nederlanders daar nog gestaan hebben.

De volgende stop is de Vallee des Roses, we hebben twee nachten geboekt bij Dar Amazir, een hoog op een heuvel gelegen verblijf, het lijkt wel een beetje op een kasteel. Op weg zie ik een auto staan met de motorkap omhoog en ik, die het nooit kan laten om iemand te helpen stop, tegen de zin van Gerda, die onraad ruikt. Ze heeft gelijk, het is een truc. Men heeft ergens doorgegeven dat er toeristen aankomen. Ik draai het raampje open en er wordt gevraagd of ik een briefje, waar ze om hulp vragen bij hun autopech wil afgeven op een bepaald adres, laat zich daar nu een tapijthandel bevinden. Ik speel het spel mee en vertel hem dat ik het briefje af zal geven. Niet dus en ik stop dus ook niet meer in zulke gevallen. Uiteindelijk bereiken we ons reisdoel. De Picanto kan met moeite de weg omhoog bedwingen, het is een nogal steile weg met veel loszittende steentjes, al slippend bereiken we de top.. We worden hartelijk ontvangen, de eigenaar fungeert de komende dagen als gids door de omgeving.

Met onze gids trekken we door een landschap vol rotsblokken, waar we tot onze verbazing ineens twee Nederlanders tegen komen met het zelfde idee als wij. Zo zie je maar dat de wereld klein is. Gezamenlijk trekken we verder en al klauterend doorkruisen we het rotsige landschap.

Later neemt onze gids ons mee naar zijn onderkomen, hij woont dan ook echt in de wwiestijn, waar we zijn vrouw ontmoeten en gastvrij worden ontvangen.

Onze gids neemt ons mee naar diverse locatie, zo komen we terecht in een gebouwtje waar muzikanten samenkomen, ja, voor de toeristen weliswaar, men wil toch wel wat verdienen, terecht.

Tja, als je dan tóch in de woestijn bent dan maak je toch een tocht per dromedaris, niet dan?
Nee niet zo’n commercieel ritje, waar je een doekje krijgt uitgereikt en je in 10 minuutjes rondje maakt

Zagora is de hoofdstad van de gelijknamige provincie en ligt in de regio Souss-Massa-Daraâ. Zagora is een van de toegangspoorten tot de Sahara.

In Zagora kun je een bord vinden waarop staat ‘Tombouctou 52 jours’. Het duurde dan ook ooit 52 dagen om per kameel in Timboektoe te komen. Wij zijn er maar niet heengereden. Timboektoe ligt zo’n beetje aan de andere kant van de Sahara. Zagora is nog heel authentiek en toont het tradionele leven, ook de omgeving is zeer de moeite waard. Er groeien in de regio ook nog eens 30 soorten dadels en ze worden geoogst van september tot en met november. Ga daarom ook eens naar de palmerij met de vele dadelpalmen. Verder moet je zéker de grote souk van Zagora bezoeken. Wij hebben het ook gedaan, maar houd er wel rekening mee dat het daar op zondag en woensdag heel druk is.