Hanoi in het kort:

  • Hanoi is een ware heksenketel.
    • Je kunt proberen een scooter te huren, maar dat is wegens het drukke verkeer zeker niet aan te raden.
    • Huur een kamer in de oude wijk ”Old Quarter” en wandel er op je gemakje rond,
      let wel voortdurend op zodat de kans dat je wordt aangereden minder groot is.
    • Je vindt er een overvloed aan eettentjes.
  • Wij verbleven in het  Hanoi Culture Hostel

 

Na een reis van 23 uur zijn we gearriveerd op de luchthaven van Ha Noi, de procedure om het land binnen te komen verloopt traag, je geeft je visum on arrival, mét de uitnodigingsbrief en paspoort af aan de balie, waarna het enige tijd kan duren voordat je naam wordt omgeroepen en je paspoort op een beeldscherm verschijnt.. Als het dan zover is kun je je spulletjes weer ophalen, waarbij je paspoort is voorzien van het zo begeerde visum en kunnen we aansluiten in de rij voor de douanebeambte, die er genoegen in schept de wachttijd aanmerkelijk te verlengen. Voordeel van dat alles is dat bij de bagageband de koffers al twintig keer rond zijn geweest en je er die heel snel uit kunt pikken. 

We worden opgewacht door iemand die een papier omhoog houdt met de naam ‘’Bones’’ er op gekalkt, het kan niet missen, dat zal ons betreffen. 
Het klopt, de chauffeur worstelt zich door het drukke verkeer, wat vooral bestaat uit een enorme hoeveelheid scooters waarvan de berijders al toeterend hun aanwezigheid kenbaar maken, wat op hun beurt weer wordt overstemd door het nóg luidere getoeter van de daar rond rijdende autobezitters. Het mag een wonder worden genoemd dat er in dat gekrioel van scooters, auto’s en vrachtauto’s weinig tot geen ongelukken gebeuren.

 

Scooters zijn daar veruit in de meerderheid, op 1 auto zeker wel 100 scooters. Op die voornoemde scooters maak je het mee dat behalve de berijder, ook nog hele families plaatsnemen, de berijder, zijn vrouwelijke bijrijder inclusief het aantal kinderen wat ze al dan niet samen ter wereld hebben gebracht. 
Maar evengoed worden er de meest onmogelijke zaken mee vervoerd.
  
We bereiken zonder problemen het hostel wat we hebben geboekt, de koffers worden uit onze handen genomen en door heel gedienstige bedienden in de hal gezet. We hebben een kamer toegewezen gekregen welke zich op de 3e verdieping bevindt en alleen bereikbaar is via een trap, hoe krijgen we die koffers boven?
Geen punt, een van dezelfde gedienstige bedienden pakt de koffers op en sjouwt die voor ons omhoog. Het levert hem een fooi op van twee dankbare reizigers, die best wel moe zijn van de reis die ruim 24 uur in beslag heeft genomen. 
De kamer is klein maar fijn en voorzien van een kingsize bed die een groot deel van de kamer beslaat er passen zeker vier kussens naast elkaar. Als we ons geïnstalleerd hebben gaan we op verkenning. 

Hongerig en vermoeid storten we ons in het gewoel van Ha Noi, op zoek naar een restaurantje waar we wat te eten kunnen bekomen. We strijken neer in laag zittende stoeltjes bij een eetgelegenheid waarvan we denken een lekkere maaltijd te kunnen bemachtigen. Vooraf bestellen we een drankje in afwachting van wat we op het in gebrekkig geschreven en gesproken Engels hebben kunnen ontcijferen. We krijgen een bordje voorgeschoteld met daarop zes doosjes zoetigheid, is dat onze maaltijd? Ja dus, er komt niets meer, hoe lang we ook wachten. De doosjes bevatten zoete brokjes waarvan we de naam nooit te weten zullen komen. Nadat we hebben afgerekend bezoeken we het naast het hotel gelegen buurtsupertje en slaan wat proviand in, waaronder noedels in een potje die we nuttigen om ons hongergevoel weg te werken. 

We zoeken ons kingsize bed op en begeven ons ter ruste. De volgende morgen staan we redelijk uitgerust weer op en dalen de trap af naar de receptie waarnaast de ontbijtgelegenheid is gevestigd. De menukaart geeft aan dat we kunnen kiezen uit eieren, eieren en eieren, die op diverse manieren klaar gemaakt kunnen worden. We kiezen voor de omelet, die geserveerd wordt met koffie, die in de verste verte niet lijkt op de koffie die we thuis zo waarderen. Ook de thee is van dien aard dat die afgekeurd wordt volgens de thuis geldende standaard. Gelukkig hebben we onze eigen oploskoffie meegenomen, die dan ook koninklijk smaakt in vergelijking met het plaatselijke vocht waar een hele vreemde smaak aan kleeft. Maar we moeten maar niet te vroeg mopperen, we zijn nog maar één dag in Vietnam. 


Het is onze 2e dag in Ha Noi, tevens de laatste en we begeven ons nogmaals in de inferno van Ha Noi. Lopend op zoek naar een betere eetgelegenheid dan die van de dag er voor. Taxichauffeurs strijden om onze aandacht en bieden hun diensten aan, evenals de vele riskjaberijders, die ons met genoegen door de stad willen rijden. Maar gezien hun tengere gestaltes willen we het die niet aandoen ons gewicht door Ha Noi te verplaatsen. Tot…. we de stevigste die naar ons toekomt en aandringt plaats te nemen in zijn middel van verdienste dan maar toestaan zijn loontje te verdienen.

Al na een half uur zet hij ons bij ons hotelletje af. Omdat er zoveel nullen op de bankbiljetten staan, die eigenlijk niet zoveel waard zijn, hebben we de man, zo blijkt achteraf, een voor Vietnamese begrippen een half weekloon gegeven, we letten nu beter op het aantal nullen op die biljetten, ach, dan heeft die man ook eens een goeie dag en kan hij zijn vrouw en kinderen een keertje blij maken. We gaan nog op zoek naar een acceptabele eetgelegenheid, die we vinden in een restaurant, waarvan we denken dat die ons wel van een goede maaltijd kan voorzien en bestellen we die gerechten waarvan we denken dat die wel passen in ons eetpatroon. Afijn, de soep vooraf was heerlijk, het vlees wat we daarna voorgeschoteld kregen was nét genoeg om de Vietnamees te voeden die ons Ha Noi heeft laten zien, het nagerecht hebben we overgslagen. En nu maar hopen dat het geen vlees is van iets dierlijks wat we in ons land nooit en te nimmer zullen nuttigen. Het heeft ons gelukkig geen maagkrampen opgeleverd.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *