Gambia

Het is ergens in 2013 dat we besluiten naar Gambia af te reizen, op de bonnefooi, zoals we meestal doen.
De vliegreis is goedkoop en de lodge hebben we via internet gevonden, heerlijk gelegen op een steenworp afstand van de Atlantische Oceaan.
We worden door de gastvrouw persoonlijk opgehaald van het vliegveld van Banjul en komen in het donker aan bij de lodge.
We maken uitgebreid kennis met de gastvrouw, die oorspronkelijk uit Amsterdam komt en hier een nieuwe toekomst op wil bouwen. Bewonderenswaardig om dat in een land als Gambia te doen, daar denk je niet gauw aan.
Als we onze slaapplaats opzoeken en ons geïnstalleerd hebben vallen we in een diepe slaap, uiteindelijk is het een lange dag geworden.

De volgende dag staat we uitgerust weer op en begeven ons aan het ontbijt, wat wordt verzorgd door de Gambiaanse kok. Gelukkig spreekt de man Engels, er wordt ons een lekker ontbijtje voorgeschoteld.

Er is op deze eerste dag, tot onze verassing, speciaal voor ons een boottocht georganiseerd.

Tot mijn verbazing ontmoet ik een bekende, althans, zij, Linda komt naar me toe, ”Ik ken jou, jij werkt toch in de brandbeveiliging?” Wat blijkt? Linda werkte bij een bedrijf waar ik regelmatig de brandbeveiliging controleerde.
Nu woont ze in Gambia, wat is de wereld dan klein….
Het is een ontspannende boottocht, vissen, lekker eten aan oord, al met al een heerlijk begin van onze vakantie

De volgende dag staan we vroeg op, na het ontbijt is het tijd om de omgeving rond de lodge te verkennen.
We hebben het strand geheel voor onszelf, behoudens een enkeling die af en toe passeert, hebben we het rijk alleen.
We zijn de enige gasten in de lodge en genieten van de rust die er heerst, verderop horen we het ruisen van de oceaan.
En natuurlijk gaan we zwemmen, de temperatuur van het water is heerlijk en we genieten volop.
De dag vliegt dan ook om.
De volgende dagen verkennen we de omgeving, de lodge bevindt zich vlakbij GunJur, een bedrijvige vissersplaats
Dat is goed te ruiken en we kijken geboeid naar al die bedrijvigheid, de mannen die hun boten het strand optrekken
 

 De vrouwen die de gevangen vis schoonmaken, de alom aanwezige meeuwen die een graatje mee willen pikken.
De tijd lijkt daar stil te staan, de boten worden met mankracht op ronde palen gezet, waarna ze het strand worden opgetrokken, de aanwezige lier is niet in gebruik, dat kan ook niet, het ding is nooit bijgehouden en is veranderd in één bonk roest.
Het dorp zelf is een bonte verzameling hutten, kleine kinderen huppelen rond en we worden nieuwsgierig aangekeken, men is niet echt gewend aan toeristen, die verblijven grotendeels in de verderop gelegen resorts en komen, een enkeling uitgezonderd, niet naar Gunjur.
Vol verbazing kijken we naar het gekrioel en beseffen dat wij het wel heel erg goed hebben in ons kikkerlandje, hier moet men hard werken voor het bestaan.
Ondanks pogingen het leven te moderniseren houdt men hier vast aan de tradities, zo is er ooit een gebouw met diepvries ruimtes gebouwd, echter staat het gebouw er vervallen bij, het wordt dus niet eens gebruikt.
We merken dat in de gehele vakantie, men geeft hier niet om moderniteiten, neem bijvoorbeeld het openbaar vervoer:
Het vervoer vind  plaats in oude Mercedes busjes, die je niet als zodanig herkent als je eenmaal plaats hebt genomen.
Maar dat gaat pas gebeuren als het busje vol zit, men kent geen dienstregeling daar in Gambia.

De busjes worden van binnen helemaal gestript, wat overblijft is een kale vloer mat daarop houten bakjes geplaatst.
Betalen gaat al net als in de kerk, de chauffeur geeft een buidel door aan de eerste rij, eenieder dient zijn betaling daarin te doneren.

Ook als je om 14.00u een taxi wilt, bel dan om 8 uur ’s morgens, met enig geluk heb je kans dat die er om 14.30 is om je op te pikken
.
Wordt vervolgd